Training

Onder trainen verstaan we het uit-voeren van oefeningen, die geleidelijk in omvang en intensiteit toenemen, met als uiteindelijk doel het verbeteren van de prestatie. Het herhaald toedienen van trainingsprikkels zal reeds na relatief korte tijd leiden tot een verbetering van de prestatie. Echter naarmate je beter wordt, zul je langer, vaker en harder moeten trainen om nog meer progressie te boeken.
Kracht, snelheid, uithoudingsvermogen, flexibiliteit en coördinatie zullen niet in elke tak van sport in dezelfde mate bijdragen aan het uiteindelijke resultaat. Afhankelijk van het belang van de grondmotorische eigenschappen voor die tak van sport zal men specifieke trainings-prikkels moeten geven

Aard trainingsprikkel en trainingsvariabelen

Wanneer je op een verantwoorde wijze wilt trainen, zal er sprake moeten zijn van een juiste trainingsopbouw. Deze opbouw van training is te realiseren, wanneer er rekening wordt gehouden met:
  • De aard van de opgelegde trainingsprikkel.

Van algemeen in VP I, via veelzijdig doelgericht in VP II, naar (sport)specifiek in WP. Er is hier sprake van een transfervolgorde: de algemene trainingsprikkel vormt de basis voor de sportspecifieke, de veelzijdig doelgerichte trainingsprikkel zorgt voor de juiste transfer. In de wedstrijdperiode kunnen de drie verschillende prikkels gecombineerd worden. We spreken dan van complextraining of transfertraining.
  • Het op een juiste wijze toepassen van de trainingsvariabelen…

Binnen de trainingsleer kennen we 4 trainingsvariabelen.

1. Trainingsomvang

Onder trainingsomvang verstaan we de hoeveelheid verrichtte trainingsarbeid. Bij kracht denken we aan het totale tonnage dat verplaatst is, bij duursporten spreken we over het totale aantal afgelegde kilometers, terwijl we bij snelheid meer denken in meters. De trainingsomvang dient als basis voor de uiteindelijke sportprestatie.

2. Trainingsintensiteit

De trainingsintensiteit zegt iets over de zwaarte van de opgelegde sportbelasting. Hoe meer er sprake is van een kwaliteitstraining (de sleutel tot succes in de topsport), hoe hoger de intensiteit waarmee getraind wordt en hoe groter de kans op blessures. Zo’n kwaliteitstraining bestaat meestal uit 3 series van elk maximaal 5 herhalingen. De trainingsintensiteit wordt vaak weergegeven in een percentage van het trainingsmaximum…
  • Kracht in een % van je 1RM, uitgedrukt in kilogrammen.
  • Snelheid en uithoudingsvermogen in een % van je Personal Best of van de richttijd voor wedstrijden, uitgedrukt in tienden van seconden.Ook kan de hartfrequentie als hulpmiddel dienen, bijv. trainen op 70% van je Hf

3. Trainingsduur

Ook wel netto-belastingsduur of netto-prikkelduur genoemd. De trainingsduur kunnen we zien als de optelsom van het aantal series en herhalingen. Met andere woorden: de totale lengte van het trainingsprogramma. Ook trainingsduur en trainingsintensiteit zijn elkaars tegenpolen…Hoe langer de trainingsduur, des te lager de trainingsintensiteit. Hoe korter de trainingsduur, des te hoger de trainingsintensiteit.

4. Trainingsfrequentie

Onder trainingsfrequentie verstaan we het aantal trainingseenheden per week. Deze trainings-frequentie is sterk afhankelijk van de getraindheid.